Liquidatiereserve en VVPRbis na de Programmawet van 30 mei 2026: wat verandert er?

Liquidatiereserve en VVPRbis na de Programmawet van 30 mei 2026: wat verandert er?

Scroll

Op 17 april publiceerden wij reeds onze bijdrage "Dividend uitkeren in 2026: liquidatiereserve of VVPR bis? De rendabele keuze is doordacht combineren". Deze bijdrage kan u hier raadplegen.

Met de publicatie van de Programmawet van 30 mei 2026 in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026 werd het wettelijke kader voor dividenduitkeringen door kleine vennootschappen op verschillende punten gewijzigd. Zowel het VVPRbis-regime als de regeling inzake liquidatiereserves worden aangepast.

Voor ondernemers die de komende maanden een dividenduitkering overwegen, is een correcte analyse van de timing belangrijker dan ooit.

 

1. VVPRbis: verhoging van 15% naar 18%

Onder het VVPRbis-regime kunnen dividenden afkomstig van bepaalde inbrengen in geld genieten van een verlaagd tarief van roerende voorheffing.

Dat verlaagd tarief bedraagt momenteel 15% roerende voorheffing voor dividenden toegekend uit de winstverdeling vanaf het derde boekjaar volgend op dat van de inbreng. De Programmawet van 30 mei 2026 verhoogt dit tarief naar 18%, met ingang van 1 juli 2026 voor dividenden die vanaf die datum worden toegekend of betaalbaar gesteld.

 

Een belangrijke overgangsperiode

Vennootschappen die reeds voldoen aan de toepassingsvoorwaarden kunnen nog tot en met 30 juni 2026 dividenden toekennen tegen het huidige tarief van 15%.

In de praktijk kan dit aanleiding geven tot het overwegen van:

  • een tussentijds dividend uit beschikbare reserves of overgedragen winst;
  • een interimdividend uit de winst van het lopende boekjaar.

 

2. Liquidatiereserves: tarief van 6,5% naar 9,8%

Historische liquidatiereserves

De Programmawet wijzigt eveneens de regeling inzake liquidatiereserves.

Voor liquidatiereserves aangelegd tot en met 30 december 2025 blijft het bestaande regime behouden:

  • uitkering binnen drie jaar: 20% roerende voorheffing;
  • uitkering na drie jaar maar vóór vijf jaar: 6,5% roerende voorheffing;
  • uitkering na vijf jaar: 5% roerende voorheffing.

 

Nieuwe liquidatiereserves

Voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die afsluiten vanaf 31 december 2025 geldt voortaan:

  • uitkering binnen drie jaar: 30% roerende voorheffing;
  • uitkering na drie jaar: 9,8% roerende voorheffing.

Rekening houdend met de anticipatieve heffing van 10% bij aanleg van de liquidatiereserve bedraagt de totale fiscale druk hierdoor ongeveer 18%. De wetgever heeft daarmee bewust een fiscale gelijkschakeling gecreëerd tussen VVPRbis en liquidatiereserves.

 

3. Nieuwe antimisbruikmaatregel bij liquidatie

Een van de meest opvallende wijzigingen is de invoering van een specifieke antimisbruikbepaling voor liquidaties.

Tot voor kort kon een liquidatiereserve bij ontbinding van de vennootschap worden uitgekeerd zonder bijkomende roerende voorheffing.

De wetgever wil met deze maatregel echter vermijden dat vennootschappen uitsluitend worden stopgezet om liquidatiereserves belastingvrij uit te keren, terwijl dezelfde of gelijkaardige activiteiten kort nadien opnieuw worden uitgeoefend via een andere vennootschap.

Het gunstige nultarief kan daardoor worden geweigerd wanneer:

  • de aandeelhouder binnen drie jaar na de uitkering opnieuw bedrijfsleider wordt;
  • in een vennootschap die dezelfde of gelijkaardige activiteiten verricht als deze van de vennootschap die het dividend heeft uitgekeerd.

De belastingplichtige behoudt wel de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren en aan te tonen dat hoofdzakelijk niet-fiscale motieven aan de basis liggen van de verrichte verrichtingen.

 

4. Key takeaways

  • Het VVPRbis-tarief stijgt van 15% naar 18% vanaf 1 juli 2026 voor dividenden die vanaf die datum worden toegekend of betaalbaar gesteld.
  • Vennootschappen die reeds voldoen aan de VVPRbis-voorwaarden beschikken nog tot en met 30 juni 2026 over een beperkte overgangsperiode om dividenden uit te keren tegen het huidige tarief van 15%.
  • Voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die afsluiten vanaf 31 december 2025 stijgt het verlaagd tarief van roerende voorheffing na drie jaar van 6,5% naar 9,8%
  • De nieuwe antimisbruikbepaling bij liquidaties verdient bijzondere aandacht wanneer activiteiten na een ontbinding via een andere vennootschap worden verdergezet.

 

Wat u van BAAKN krijgt

Heeft u vragen over VVPRbis, liquidatiereserves of een geplande dividenduitkering? BAAKN adviseert en begeleidt u bij vraagstukken rond dividenduitkeringen, liquidatiereserves en VVPRbis.

Geschreven door

Handtekening Isabelle Kaluza
logo logo