Wordt u geconfronteerd met een fiscale controle? Wij staan u bij vanaf het eerste contact met de fiscale administratie. Onze ondersteuning omvat alle fases: vanaf de initiële onderzoeksfase tot de taxatie- en bezwaarfase, en eventuele gerechtelijke procedures.
Ons doel is altijd om voor uw situatie de meest efficiënte en voordelige oplossing te vinden. In de eerste plaats streven wij naar een minnelijke regeling met de fiscale administratie. Alleen wanneer een dergelijke oplossing niet haalbaar of wenselijk is, zetten wij een volledig juridische strategie in om uw belangen te verdedigen.
Wanneer de fiscale administratie uw fiscale toestand onderzoekt, kan zij u een schriftelijke vraag om inlichtingen bezorgen. In principe bent u verplicht om binnen een termijn van één maand schriftelijk te antwoorden op de gevraagde informatie.
De fiscale administratie kan ook mondelinge vragen stellen, bijvoorbeeld tijdens een controle of telefonisch. In geval van telefonische vragen bent u niet verplicht om onmiddellijk te antwoorden.
Indien u een dergelijke vraag van de fiscus ontvangt, is het belangrijk om zorgvuldig na te gaan welke informatie precies wordt gevraagd en of deze relevant is met het oog op het bepalen van de juiste belastingheffing. De fiscale administratie mag immers enkel informatie opvragen die daarvoor noodzakelijk is en mag geen zogenaamde “fishing expedition” voeren, waarbij op een brede en ongerichte manier informatie wordt verzameld. In de praktijk merken wij bovendien dat belastingplichtigen vaak meer informatie delen dan strikt noodzakelijk is.
Wanneer de fiscale administratie van oordeel is dat uw aangifte onjuist of onvolledig is, kan zij een bericht van wijziging versturen.
Indien u geen of een laattijdige aangifte indiende, niet tijdig antwoordde op eerdere vragen van de fiscale administratie (vragen om inlichtingen) of bepaalde verplichtingen niet naleefde, kan de fiscale administratie overgaan tot een kennisgeving van aanslag van ambtswege.
In beide gevallen beschikt u in principe over een termijn van één maand, te rekenen vanaf de derde werkdag na verzending, om schriftelijk te reageren en aan te geven waarom u geheel of gedeeltelijk niet akkoord gaat met de voorgestelde aanslag.
Het is daarbij belangrijk om niet alleen inhoudelijk te reageren, maar ook na te gaan of de administratie zelf de wettelijke procedures correct heeft gevolgd. Bepaalde vormvereisten zijn immers essentieel voor de geldigheid van de procedure. Zo kan een bericht van wijziging, en de daarop gebaseerde aanslag, ongeldig zijn wanneer het bijvoorbeeld niet werd ondertekend door de administratie. Een correcte juridische analyse van de gevolgde procedure is dan ook van groot belang, zowel voor particulieren als voor zelfstandigen en ondernemingen die geconfronteerd worden met fiscale geschillen of discussies met de fiscus.
Indien de fiscus ondanks uw reactie of niet-akkoord alsnog overgaat tot het vestigen van de aanslag, kunt u hiertegen een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de bevoegde fiscale administratie.
Dit bezwaar dient in principe te worden ingediend binnen een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de derde werkdag na verzending van het aanslagbiljet. Het bezwaarschrift kan worden ingediend per brief, via e-mail of elektronisch via MyMinfin.
Een bezwaarschrift kan niet alleen gericht zijn tegen de belastingaanslag zelf, maar eveneens tegen eventuele belastingverhogingen, administratieve boetes of opcentiemen
Een goed onderbouwd bezwaarschrift is daarom van groot belang. Particulieren, zelfstandigen en ondernemingen die geconfronteerd worden met een fiscale controle, belastingcontrole of een fiscaal geschil met de fiscus doen er dan ook goed aan hun dossier juridisch te laten analyseren.
Wanneer u vaststelt dat uw aangifte een vergissing bevat, kunt u onder bepaalde voorwaarden bezwaar indienen tegen uw eigen belastingaangifte.
Via deze procedure kan een belastingplichtige verzoeken om correcties aan te brengen aan een eerder ingediende belastingaangifte.
Ook hiervoor geldt in principe een termijn van één jaar, te rekenen vanaf de derde werkdag na verzending van het aanslagbiljet.
Het is belangrijk dat zowel particulieren, zelfstandigen als ondernemingen de gemaakte vergissing duidelijk toelichten en de nodige bewijsstukken toevoegen, zodat de administratie de gevraagde correctie zorgvuldig kan beoordelen.
Wanneer u het niet eens bent met een fiscale aanslag en de administratieve procedure geen oplossing biedt, kan het geschil aan de rechtbank worden voorgelegd.
Een gerechtelijke procedure is evenwel slechts mogelijk nadat eerst een administratief beroep werd ingesteld, bijvoorbeeld via een bezwaarschrift of een verzoek tot ambtshalve ontheffing. Indien de administratie het bezwaar afwijst, slechts gedeeltelijk volgt of geen tijdige beslissing neemt, kan de belastingplichtige het geschil aanhangig maken bij de rechtbank van eerste aanleg.
De procedure voor de rechtbank moet worden ingesteld binnen de wettelijke termijnen en vereist een zorgvuldig opgesteld en juridisch onderbouwd verzoekschrift. Daarbij is het van belang om zowel de feitelijke als de juridische argumenten duidelijk uiteen te zetten en de nodige stukken toe te voegen.
Indien één van de partijen zich niet kan vinden in de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg, kan het geschil vervolgens nog worden voorgelegd aan het hof van beroep en, in bepaalde gevallen, zelfs aan het Hof van Cassatie.
Een grondige voorbereiding en een correcte juridische analyse zijn daarbij van groot belang voor particulieren, zelfstandigen en ondernemingen die geconfronteerd worden met een fiscaal geschil of een procedure tegen de Belgische fiscale administratie.
Een ruling, ook wel een voorafgaande beslissing genoemd, is een formeel standpunt van de fiscale administratie over de toepassing van de belastingwetgeving op een concrete situatie of geplande verrichting die fiscaal nog geen gevolgen heeft gehad.
Via een ruling kan vooraf duidelijkheid worden verkregen over de fiscale behandeling van een bepaalde transactie of structuur.
De beslissing biedt de aanvrager belangrijke rechtszekerheid, aangezien de fiscale administratie in principe gebonden is door het ingenomen standpunt bij de verdere behandeling van het dossier.
Een rulingaanvraag kan onder meer relevant zijn in het kader van:
Werd (een deel van) uw vermogen in het verleden niet opgenomen in uw Belgische fiscale aangiften of rijzen er vragen over de fiscale oorsprong van bepaalde tegoeden?
Het komt regelmatig voor dat buitenlandse rekeningen, schenkingen, nalatenschappen of andere vermogensbestanddelen nooit correct werden aangegeven.
De federale overheid voorziet via de permanente regularisatieprocedure, beter gekend als de eenmalige bevrijdende aangifte (EBA), in de mogelijkheid om niet-aangegeven inkomsten, verjaarde kapitalen en bepaalde fiscale onregelmatigheden alsnog vrijwillig te regulariseren.
Een regularisatie vereist een grondige analyse van uw situatie, een correcte reconstructie van de oorsprong van de vermogensbestanddelen en een zorgvuldig samengesteld dossier. Een correcte aanpak is daarbij essentieel, zowel vanuit fiscaal als compliance-oogpunt.